Het overgrote deel van de paddenwerkgroep past deze methode toe. De methode bestaat uit het plaatsen van schermen met daarlangs ingegraven emmers. Hierdoor worden amfibieën die de weg over willen steken opgevangen door de schermen en komen ze in de emmers terecht. De emmers worden gecontroleerd door vrijwilligers die de padden verzamelen en veilig loslaten aan de andere kant van de weg (voortplantingswater). In sommige gevallen worden naast vangemmers ook plaatjes gebruikt.
Bij het plaatsen van de schermen dient gelet te worden op de volgende punten:
· Tijdstip: de schermen moeten uiterlijk de eerste week van februari worden geplaatst. Na de heentrek moeten de schermen direct verwijderd worden om zo de terugtrek niet te hinderen.
· Opbouwen (degelijkheid loont!):
o Met een schep dient er een sleuf van ongeveer 10 cm diep gemaakt te worden waarin vervolgens het scherm aan de onderkant wordt ingegraven.
o Paaltjes worden op een regelmatige afstand van elkaar in de grond geslagen.
o IJzerdraad dient over de paaltjes heen gespannen te worden.
o Het scherm kan vervolgens met bindertjes aan het ijzerdraad worden bevestigd zodat het rechtop blijft staan. Zorg voor voldoende bindertjes omdat het scherm anders erg gevoelig is voor windvlagen.
o Emmers dienen zeer zorgvuldig te worden ingegraven.
§ De rand van de emmers moet precies gelijk liggen aan het oppervlak van de grond.
§ De emmers dienen precies tegen het scherm te worden geplaatst, 1 of 2 cm speling is al genoeg voor salamanders om erlangs te lopen!
§ Zorg ervoor dat de grond aan alle kanten goed aansluit op de emmers zodat er geen ruimte tussen de emmers en de grond ontstaat hierin kunnen namelijk salamanders vallen. Indien er onverhoopt toch ruimte tussen de emmers en de grond zit dienen de emmers bij elke controle uit de grond te worden gelift om te zien of er zich dieren onder bevinden.
§ Plaats in elke emmer een stok schuin tegen de wand zodat kleine knaagdieren zoals muizen en grote insecten de mogelijkheid hebben uit de emmer te klimmen.
§ Prik/boor gaatjes in de bodem van de emmer zodat regenwater eruit kan lopen (anders kunnen dieren mogelijk verdrinken). Zorg dat ze voldoende groot zijn voor een goede waterafvoer maar te klein voor een kleine watersalamander om doorheen te kruipen.
§ Vul de bodem van de emmer met wat bladstrooisel. Dit zorgt voor schuilgelegenheid voor opgesloten dieren.
§ Op locaties waar roofdieren een mogelijk ernstige bedreiging voor opgesloten amfibieën vormen, kan boven de emmers een afdakje worden geïnstalleerd.
§ Controleer de emmers dagelijks