Een minder arbeidsintensieve methode is het verkeer proberen te beïnvloeden. Dit kan, afhankelijk van de situatie op een aantal manieren:

 

Waarschuwingsborden – Deze driehoekige gevaarverkeersborden attenderen de automobilisten op de paddentrek zodat ze hiervan op de hoogte zijn en zich hier mogelijk aan aanpassen door voorzichtiger te rijden. Het is van belang dat de borden alleen tijdens de paddentrek worden geplaatst om op deze manier het effect van de borden te versterken (borden die er het hele jaar staan trekken niet meer de aandacht). Onder het bord kan met een klein bordje de tijd worden aangegeven, bijvoorbeeld paddentrek 19 tot 7 uur.


Snelheidsbeperkingen – In combinatie met de waarschuwingsborden kan mogelijk een snelheidsbeperking worden opgelegd (in samenspraak met gemeente/wegbeheerder). Ook kunnen er mogelijk verkeersdrempels of andere obstakels gerealiseerd worden die de snelheid van de automobilisten verminderd. Veel amfibieën raken gewond of sterven niet doordat ze door de wielen overreden worden maar doordat ze bij hoge snelheden door luchtdrukverschillen tegen de bodemplaat van de auto gezogen worden. Hierdoor kan een lagere snelheid zorgen voor een afname in het aantal slachtoffers.   

 

Tijdelijke afsluiting van wegen – bij wegen die geen belangrijke ontsluitingsfunctie hebben kan ervoor gekozen worden om de weg gedurende de voorjaarstrek af te sluiten. Omdat het grootste deel van de amfibieën voornamelijk ’s avonds en ’s nachts trekt is ook mogelijk de weg alleen in de avonduren en ’s nachts te sluiten (in de top van de voortplantingstijd trekt echter 1/3e van de amfibieën overdag!).