Heikikker De heikikker is uit alle Nederlandse provincies (behalve Flevoland) bekend, maar kent zijn grootste verspreiding in de hoger gelegen delen van het land. Hij wordt als kwetsbaar aangemerkt. Hij komt voornamelijk voor in vochtige heidegebieden waar sprake is van veenvorming en in hoog- en laagveengebieden. Ook in de rest van zijn verspreidings-gebied is vocht en veenvorming een belangrijk element van zijn biotoop. Maar hij wordt ook wel aangetroffen in vochtige schraalgraslanden, duinvalleien, bosranden, langs meren en rivieren en in komkleigebieden. De aanwezigheid van laag struweel en hoge kruidige gewassen is hier van belang. Het voortplantingsbiotoop bestaat uit ondiepe stilstaande wateren met oevervegetatie. Het water zelf is vaak enigszins zuur (pH 4 - 5.5) en voedselarm.

Kenmerken van de heikikker:  

  • metatarsusknobbel hard en groot (zit op de hiel)
  • snuit relatief plat en spits
  • zwart  of donker "masker" achter het oog (over het trommelvlies)
  • vaak met een lichte lengtestreep midden over de rug
  • kleiner en eleganter uiterlijk dan de plompere bruine kikker
  • rugkleur meestal beige tot lichtbruin
  • tot 7 cm
  •