Paartje gewone padden onder water met paddensnoeren. De gewone pad (Bufo bufo) doet zijn naam eer aan en is in vrijwel geheel Nederland een algemene verschijning, met uitzondering van enkele Waddeneilanden. Hij is weinig kieskeurig wat zijn biotoop betreft. De gewone pad komt voor in tal van watertypen, zoals poelen, sloten, meren en vennen. Waterplanten zijn van belang en dienen als eiafzetplek en schuilplaats voor larven en volwassen dieren. Voor een geschikt landbiotoop is de aanwezigheid van bosjes, overhoekjes en ruigten in het landschap van belang. Gewone padden zijn als één van de weinige amfibieën in Nederland goed bestand tegen hoge dichtheden vis. Zowel larven als adulten scheiden gifstoffen af via de huid, waardoor ze door predatoren vaak gemeden worden. De gewone padden leggen hun eieren in snoeren, deze worden gewikkeld rond takken of water- en oeverplanten. De larven van de gewone pad vormen vaak zwermen als ze met veel zijn en al goed kunnen zwemmen, meestal eind april - mei. Dit gedrag is vergelijkbaar met die van spreeuwen al zijn het bij het bij padden vaak linten. Vanaf juni zijn de pas gemetamorfoseerde padjes vaak massaal aan de oevers van het voortplantingswater te vinden.

Kenmerken van de gewone pad:  

  • droge wrattige huid
  • parotoïde klieren aanwezige (zie link naar foto)
  • iris is roodbruin tot donkergeel
  • geen gele rugstreep
  • kleurvariatie is groot, maar geen groene lichaamskleur