Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander komt in Nederland in het zuiden en oosten voor, vaak in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat zijn voortplantingsbiotoop betreft. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. Alpenwatersalamanders overwinteren op het land, er zijn echter ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. In februari trekken ze naar het water. De dieren baltsen in de periode april - eind mei.

Kenmerken van de Alpenwatersalamander:  

  • rug donkerblauw-zwart (met vage vlekken of marmerpatroon) 
  • buik en keel zijn fel oranje tot oranjerood zonder vlekken!
  • soms kleine vlekjes op keel en hals
  • over de zijkant van de kop, aan de randen van de kin en op de flanken loopt een band van zwarte vlekjes op een zilverwitte ondergrond
  • In de landfase is het vlekkenpatroon vervaagd en is er soms een dunne oranje rugstreep zichtbaar
  • tot ca. 10 a 12 cm lang